zondag 23 januari 2011

W - Z Trefwoorden W - Z

                                                                                            
W  Z – Trefwoorden – W  Z                      
                                               



Wezenlijk (12)


23.7.2009. S.L. Met wezenlijk of ontologisch bepaald wordt hier telkens verwezen naar de totaliteit van het wezen, in zijn historische ontwikkeling en in zijn omvang. De wezenlijke mens is de verzameling van alle identiteiten die samen de Mens Mens vormen. Van uit onbestemdheid en onwezenlijkheid wordt de mens geroepen naar de wezenlijkheid en ontvangt hij/zij daarbij de naam van deze wezenlijke of eeuwige mens. Daartegenover staat wat hier genoemd wordt de sterfelijke mens of geïncarneerde, aardse mens. De wezenlijkheid van deze sterfelijke mens wordt bepaald en is beperkt tot het aardse leven dat verloopt tussen zijn/haar geboorte en overlijden. Zijn/haar leven verloopt eerder in schijnbaarheid dan in wezenlijkheid: vandaar de fenomenologie als wijze van beschrijven ervan. Deze sterfelijke mens is voor de mens op aarde de bedekker van zijn wezenlijkheid als eeuwige, wezenlijke, onvergankelijke mens. Deze onvergankelijkheid is gebonden aan, gegeven van uit de onsterfelijkheid van de zielsvermogens en de door Genade onsterfelijk geworden geest ervan. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat uit de wezenlijkheid van de mens mag afgeleid worden dat de sterfelijke mens a.h.w. de vertegenwoordiger ervan is op aarde voor de tijd van zijn bestaan en zijn bestaansik er mede aan verbonden. (&) En Het Zij Zo!

Wijsheid Gods (278)


08.2008. Het Zij Zo zegt en u zelf schrijft op. U zegt en het is de Wijsheid Gods Zelf die tot u spreekt. Zij zegt, in opdracht en gedragen door Jezus Christus Zelf in Zijn Heilige Geest ervan, dat de Wijsheid Gods door de Vader aan de mensen toevertrouwd werd in de overtuiging ervan, zodat de mens deze Wijsheid ontmoet in zijn overtuiging van wijsheid die hij/zij voor zichzelf heeft opgebouwd door zijn leven en werken. De op deze wijze opgebouwde overtuiging of diepe gehechtheid aan de waarheid van wat de wijsheid hem/haar geleerd heeft, brengt de mensheid ertoe om geleidelijk aan, in wetenschappen en filosofie, in theologie en kunsten, in techniek en cultuur, de menselijke soort tot ontwikkeling te brengen in het spoor van wat de goddelijke Wijsheid voor haar beschikt heeft en thans aan haar vrijheid toevertrouwd heeft, om er de uitwerking van te maken. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat in de ontmoeting van de menselijke wijsheid met de goddelijke Wijsheid de mens de vrije beschikking heeft om tot de overtuiging van zichzelf te komen in wijsheid en vrije beschikking ervan en er de volle verantwoordelijkheid van te leren dragen. (&) En Het Zij Zo


Wijsheid van God (28)

Het Zij Zo zegt en het is David zelf die spreekt. Hij zegt: wie deelneemt aan de Wijsheid van God is opgenomen in zijn Liefde en Leven en wordt er in gevoed en gedragen. Zo althans kunnen we het adagio van de geest formuleren als hij op zoek gaat naar de Wijsheid van God. Want de geest als geest heeft in zich wijsheid opgestapeld door de ervaringen die hij put uit vele, vele voorgaande levens, maar deze wijsheid is niets waard als ze niet gevoed en gedragen wordt door de Wijsheid Gods die ingebracht wordt krachtens het Nieuwe Verbond van God met de mens. En de toegang tot deze Wijsheid Gods wordt aan de geest gegeven in zijn toeneiging naar de bronnen van het Leven en van het Licht dat hij vermoedt of dat hij al kent als komend van uit de gebieden van de ziel. Want het is de ziel en in de ziel dat de Wijsheid van God openbaar gemaakt wordt als Werk en het is in de geest van de mens dat deze geopenbaarde Werken bewust worden gemaakt en tot levende werkelijkheid geworden zijn nadien. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat er geen wijsheid bestaat die niet oorspronkelijk afkomstig is van Gods Zoon als Werk en in de Heilige Geest gegeven als Gave en/of Genade. En dat het deze Wijsheid van God is die de mens dan geleidt en begeleidt naar het Vaderhuis waar hem in overvloed zal gegeven worden wat hij onderweg zo lang heeft verwacht en heeft moeten verlangen te ontvangen. (&) En Het Zij Zo!


Wil tot willen (377)

03.11.2009. Het Zij Zo zegt en Geborah spreekt, in overleg met u zelf en Vif Piscoul. Zij zegt, in opdracht en gedragen door Jezus Christus Zelf in Zijn Heilige Geest ervan dat de gedweeë houding van de mens ten overstaan van de gebeurtenissen zoals ze hem of haar kunnen overkomen, te wijten is en het gevolg zijn van een onvermogen, in zichzelf waargenomen, om ook maar iets te kunnen veranderen aan de toestand. Dit gevoel van overmacht te ondervinden is zelf het gevolg van het ontbreken van de ervaring van optreden van de wil. De wil tot willen is niet actief te krijgen omdat de ervaring ervan ontbreekt en bijgevolg rest er niets anders dan ondergaan op passieve wijze van alles wat een mens overkomt. Dit fatalistische in zijn houding is volstrekt onnodig, als hij of zij er weet van heeft hoe te willen en vooral daardoor het te willen willen kan ontstaan. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat ‘het willen willen’ ontstaat in de persoonlijke belevenis van de mens door de ervaring op te doen van de actieve wil en bijgevolg deze actieve wil eerst dient geactiveerd  geworden te zijn en dat dit gebeurt door ofwel de gevoelens tot ethische beslissingen te laten groeien ofwel door de ethische beslissingen te nemen, na aansporing van de wilvermogens van de ziel uit gegeven. (&) En Het Zij Zo!

Wil van de Vader (60)





Het Zij Zo zegt en het is David zelf die spreekt. Hij zegt: “Uw Wil geschiede” zo bidt de christen in navolging van Jezus Christus zelf en hij of zij drukt hierdoor uit dat ze de Wil van God aanvaarden en beamen. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de Heilige Wil van God verschijnt in de Heilige Geest maar er zelf onderscheiden van is als wezenskenmerk van God Zelf d.i. in de Vader én de Zoon én de Heilige Geest verschijnt als Zijn Wezen en uitdrukking ervan. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat Gods Heilige Wil één en hetzelfde Wezen is als God Zelf zoals Hij verschijnt in de Vader én de Zoon én de Heilige Geest. (&) En Het Zij Zo!

Het Zij Zo zegt en het is David zelf die spreekt. Hij zegt: op bijzondere wijze wordt Gods Wil gekenmerkt door zijn Spreken in de geest van wie het Hem behaagt. D.w.z. dat onder de vorm van de bronnen van de Heilige Wil van God, zijnde de bronnen van Het Zij Zo, Gods Heilige Wil op een bijzondere wijze ingrijpt in de informatie die van uit de geest vertrekt en er ook de wettiging van beheerst. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat in en door Het Zij Zo de geest die informatie doorgeeft die voor de mens zelf beschikkend is en kracht van wettiging heeft ontvangen.(&) En Het Zij Zo!

Het Zij Zo zegt en het is David zelf die spreekt. Hij zegt: krachtens de gaven van de geest en in en door Het Zij Zo gewettigd zal voortaan meer dan één mens het gezaghebbend kanaal worden waarlangs de Vader in de Zoon en door de Geest Gods contact opneemt op een directe wijze met al wie horen wil. Wie echter niet horen wil of kan, zal hierbij niet getroffen worden door een oordeel. Integendeel, zoals Gods Wil in de Vader en de Zoon soeverein is en in de Heilige Geest geopenbaard wordt, zo ook is het zijn soevereine Wil om te horen en gehoord te worden in de mensen die het Hem vragen. (&) En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat Gods soevereine Wil zelf de wegen kiest langs waar Hij Wil. (&) En Het Zij Zo!


Witte Broederschap (51)


Het Zij Zo zegt en het is David zelf die spreekt. Hij zegt: de witte broederschap of witte raven zijn er om de zwarte raven nog zwarter te maken. Alleen, het zijn en blijven raven en alleen de pluimen zijn van een andere kleur. Waarmee gezegd is dat zowel witte magie als zwarte magie om het even is en dat het toch een broederschap blijft die onder eden en / of rituelen de leden er toe verbindt elkaar te steunen, te verdedigen en te helpen door dik en dun. Maar helpen waartoe en  verdedigen tegen wie? Het is niet voldoende om een zelfde geloofsovertuiging te hebben om zich daardoor verplicht te voelen iedereen die deze overtuigingen deelt altijd en overal te steunen. Toch zijn ook zij deelgenoten van elkaar en disgenoten in hun queste naar zichzelf. En op deze wijze hulp bieden in broederlijk verband is geen onnuttige daad stellen. Deze broederschappen bewegen zich dus, in het beoefenen van hun taak en opdracht die ze elkaar gaven, in een tweesnedig veld van activiteit en het zal afhangen, niet van de leer maar van de broeders of ze een gezamenlijke reis maken die elk toelaat het gestelde doel te bereiken ofwel hen gezamenlijk blokkeert in hopeloze twisten en tweedracht, in lotgebondenheid doorleefd dan. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat er tal van recente genootschappen bestaan, al of niet door eed of vloek gebonden, maar dat ze allen af te rekenen krijgen met de opgeroepen krachten vanuit een groepswerk. (&) En Het Zij Zo!


Woord Gods (13)

S.L. Wanneer wij spreken gebruiken wij woorden en zinnen van woorden. Wanneer God spreekt IS het Woord. Korter en kernachtiger kan het verschil tussen de mens en God niet uitgedrukt worden. Ons gebruik van woorden is een nuttig voertuig en werktuig om onze gedachten, die gestolde woorden zijn, uit te drukken naar onszelf toe en naar anderen. Het woord dat wij kennen is gebonden aan ons bestaansik, hier en nu dus, en vergaat samen met het lichaam ervan, bij het moment van de overgang of aardse dood. Al onze woorden zijn dan verstomd en verloren gegaan. Het is dus slechts een oneigenlijke verwijzing als wij het Woord Gods ook woord noemen, maar… we hebben geen ander woord ervoor.
Een zekere voorstelling van zaken mogen we ons hier wel veroorloven als we zeggen dat onze woorden “in de wind verloren gaan”, niet direct een uitwerking hoeven te hebben (gelukkig maar soms…), terwijl het Woord Gods zo direct verbonden is met Hem en met de Werkelijkheid dat Spreken = Zijn.
Naar analogie daarmee spreken we ook van de woorden die de geesteswereld ons toespreekt. Ook deze woorden zijn  schepselwoorden, d.w.z. dat ze hun werkelijkheid of uitwerking danken aan de Vader en niet aan zichzelf. Zij zelf zijn geen werkelijkheid, maar krijgen "kracht van gewijsde" door het Woord Gods, uitgedrukt in Zijn Wil = de Wil Gods, waarvan de bronnen van Het Zij Zo de spreekbuis zijn. De uitwerking van deze woorden kan variëren van spreken = worden tot spreken is uitleggen zonder meer en zonder gevolgen in het worden van werkelijkheid.

Voegen de gesproken woorden van uit de geesteswereld werkelijkheid toe aan de bestaande werkelijkheid? In geen geval! Ze zijn bestaande werkelijkheid in beweging en dat is alles. De bewegingsrichting is bepalend voor de uitwerking en de wettiging ervan door het woord Gods. Alleen het Woord Gods kan spreken en werkelijkheid toevoegen. Dit is Genade. S.L.

En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de Werkelijkheid van het Woord Gods van een andere soort is dan wat wij in de filosofie gevoeglijk ‘werkelijkheid’ of ‘wezenlijkheid’ noemen en veeleer ‘Der gansz Andere’ genoemd kan worden en dat de overdracht van kennis en informatie tussen de godheid en de mens er een is van Openbaring van Godswege en niet van studie of opzoekingen van de mens alleen. (&) En Het Zij Zo!


Yogi (45)

Het Zij Zo zegt en het is David zelf die spreekt. Hij zegt: de yogi of hij die yoga gekozen heeft als weg tot verlichting in de hindoeïstische tradities en context, is de leerling van Visnoe en zij zal hem leren de krachten en energieën te beheersen die verscholen liggen achter het zogenaamde kundalinisysteem. D.w.z. yoga beoefenen is zichzelf gereed maken om deze energieën te ontvangen in de kanalen ervan en om daarbij niet als een verdwaasde gek rond te springen. De uiteindelijke bedoeling is de vereniging met de godheid, zij het Visnoe of Shiva of een van de andere verschijningsvormen van de Opperste Schepper en Bewerker van ons leven en van het heelal waarin dit leven mogelijk werd. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat Hara Krisjna een variant is van yogi worden, mits een westers spirituele inslag ervan te aanvaarden. (&) En Het Zij Zo!


Zelf (02)

18.7.2009. S.L. Zelf heeft verscheidene en daardoor verschillende betekenissen, al naar gelang wie of wat er bedoeld wordt te benoemen. Het ik van de aardse mens, de sterfelijke mens genaamd, noemt zichzelf: ikzelf. De eeuwige mens of nog anders genoemd, de wezenlijke mens, benoemt zichzelf met Ik Zelf Zelf. Het Zelf kent het Geweten Zelf en het Zelf Zelf,zijnde het gehele en ganse Zelf, geweten en nog ongeweten, impliciet gegeven of nog slapende mogelijkheden. Alleen wat het Zelf Zelf benoemd heeft is door het Zelf Zelf gekend als Zichzelf Zelf. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat het Zelf Zelf zichzelf benoemt en daardoor het Geweten Zelf wordt, maar dat ook het impliciete, nog niet benoemde of wakker gemaakte Zelf toebehoort aan het Zelf. (&) En Het Zij Zo!

Ziel 1. (15)

S.L. De ziel van de mens is het wezenlijk ‘eeuwig’ beginsel van de mens. D.w.z. dat de goddelijke Wil de Ziel geschapen heeft als 1.haar beginsel en 2. haar uitwerking in de lichamen van de ziel, van de geest en van de andere lichamen, zoals het astrale en aards - fysieke lichaam bvb. Even uitleggen. De ziel als beginsel is een door God gewilde, d.i. door God geschapen oorsprong van de mens, die ook zijn (d.i. van de mens) levensbeginsel en beginsel van onsterfelijkheid omvat. De ziel werkt dan zichzelf uit, op de wijze van een schepsel Gods, in de verschillende andere lichamen waarmee het een tijdelijke eenheid vormt, als daar zijn: de lichamen van de geest, van het astrale lichaam, het waarnemingslichaam, het etherisch lichaam en het aards - fysieke lichaam. Op deze wijze dus incarneert de ziel zichzelf tijdelijk in de lichamen op aarde, in één geheel gebracht op dat moment van de geboorte. In feite 24 uur vóór en/of 24 uur na de fysieke materiële geboorte uit de moederschoot. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de ziel, eeuwigdurend geworden als ze is, niet deelneemt aan het aardse leven en sterven, maar de vruchten ervan, bij wijze van door de geest doorgestuurde en op zijn waarde gezuiverde ervaring, in zich opneemt, niet alleen bij het einde van een aards leven maar telkens en telkens weer gedurende vele levens. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan. (&) En Het Zij Zo!


Ziel 2.
menselijke ziel (362)

02.11.2008. Het Zij Zo zegt en Geborah spreekt, in overleg met u zelf, het Geweten Zelf en Vif Piscoul. Zij zegt in opdracht en gedragen door Jezus Christus Zelf in Zijn Heilige Geest ervan dat de menselijke ziel, geschapen zoals ze is, toch in zich alle kenmerken draagt van haar Schepper, waaronder het eeuwige leven. Immers is zij geschapen “naar zijn Beeld en Gelijkenis” (Genesis) en dit geldt vooral voor haar ontvangende karakter naar de Vader toe en haar handelende karakter naar de menselijke vermogens toe op aarde en op alle plaatsen waar ook de mens vertoeft. Van daar uit dat de oude esoterische scholen spraken van het ‘hermafroditisme’ van de eeuwige of ware menselijke gedaante. Ze is echter niet zo maar mannelijk of vrouwelijk te noemen, de benoemingen van Yin en Yang komen haar meer toe. De menselijke ziel heeft, zoals de godheid, een gemanifesteerd deel en een (nog) niet gemanifesteerd deel in zich. Vandaar haar notie van eeuwige jeugd, verbonden als ze is, in Genade, met God, haar Schepper “die haar in Zijn Hand houdt”. Haar niet gemanifesteerde deel is geborgen immers in haar goddelijke Schepper als ongeboren leven. De menselijke ziel manifesteert zich geleidelijk aan de eeuwige mens – de nieuwe Adam - door en in haar zielsvermogens en later nog in de zielsgaven die ze ontving van de Zoon, in Zijn Werken van Verlossing. De menselijke ziel manifesteert zich slechts op onrechtstreekse wijze aan de mens op aarde via de werkzaamheid van de geest ervan, nadat de aardse mens haar heeft aanvaard als leidsman. Dit gebeurt in de beaming van de verlossing en van zijn schepselmatige bestemming van Kind van God te zijn, op weg naar het Vaderhuis. De nieuwe Schepping, zoals ze zich thans in Genade (zie Genade) vertoont geeft aan de menselijke ziel voortaan het vermogen om het initiatief te nemen in de handelingen van de menselijke persoonlijkheid. Dit gebeurt geleidelijk aan, in een confrontatie van het ego en de egokrachten met de menselijke geest zoals hij zich manifesteert in het Geweten Zelf (zie Geweten Zelf). Het is dan aan de ziel in de geest ervan gegeven zichzelf ‘uit te leggen’ aan het op aarde geïncarneerde, werkzame ego. Het is aan het ego zich te realiseren dat het zijn zogenaamde soevereiniteit thans moet delen met zijn eeuwige voedstervader, zoals de ziel in feite is voor de mens. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat zoals de ziel eeuwig levend is en als ontvangende voor de Vader verschijnt, ze handelend en zelfstandig verschijnt voor het ego op aarde en haar vermogens vertoont al naargelang de beaming van de menselijke vermogens dit aanvaardt en toelaat. (&) En Het Zij Zo!

Zielsvermogens (289)

08.2008. S.L. Vermogens van de ziel (zie vermogen in tegenstelling tot verwerkelijkt, verwezenlijkt) die als faculteiten van de zielsactiviteit slapende zijn en aangesproken dienen te worden om in werking gesteld te worden naar de aardse, geïncarneerde mens toe. Deze vermogens liggen a.h.w. opgerold in de zielseigenschappen en deze eigenschappen van de ziel zijn óf al bewust gemaakt en gemanifesteerd, in de geest ervan, aan de ziel zelf óf rusten nog als ongemanifesteerde en on - geworden eigenschappen, dus in de zielsvermogens. De ziel wordt aldus zichzelf en bewust van zichzelf in de geest ervan. De geest ervan, van de zielsvermogens en verwerkelijking ervan, is – net zoals de ziel van natuur uit onsterfelijk is - onsterfelijk geworden dank zij het Verlossingswerk van onze Heer Jezus Christus. Tevoren was de manifeste lichamelijkheid van de ziel gedoemd om samen met de geest ervan te sterven, in de vergetelheid van het Al opgenomen te worden dus. Thans, door de Heilsboodschap en het Werk van Verlossing van Gods Zoon, is het de Kinderen Gods gegeven om eeuwig te leven in dit zielslichaam en de geest ervan. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat, hoewel de ziel van natuur uit eeuwig levend geschapen is, haar gemanifesteerde en belichaamde substantie zal afsterven, tenzij ze gered zal geworden zijn door het Verlossingswerk van de Heer Jezus Christus en dat dit Verlossingswerk alle mensen op aarde betreft, in alle eeuwen der eeuwen van hun bestaan op aarde en overal elders. (&) En Het Zij Zo!



Zijn Heilige Geest ervan (276)


08.2008. S.L. Hier spreekt de christelijke theologie een woordje mee: De Heilige Geest als “derde persoon van de goddelijke Drievuldigheid” (Christelijk geloofsdogma) staat als persoon tegenover de Zoon, gekend op aarde als de Godmens Jezus Christus, die de tweede persoon is van de Drie-eenheid, en waarvan De Vader de eerste persoon is. In wezen zijn de drie personen EEN. Jezus Christus neemt zijn intrek in de mens, samen met de Vader trouwens, “in Zijn Heilige Geest ervan” (ontmoeting!). Zie Pinkstermanifestatie van de Heilige Geest aan de apostelen en andere leerlingen – eerste openbaring van de Heilige Geest als werkzaam in de gelovige mensen. De intrede in de mens van Jezus Christus Zelf in Zijn Heilige Geest ervan moet radicaal onderscheiden worden van elke ontmoeting of contact met geestesentiteiten van uit de astrale wereld. De astrale wereld is daarom ook niet “de hemel” te noemen, waarover Jezus het bij leven gehad heeft. Je kunt dus best een overtuigde paragnost zijn, maar nog geen gelovige christen. S.L.

Zonde en misdaad (360)


27.10.2008. Het Zij Zo zegt en u zelf schrijft op. U zegt en Geborah spreekt, in overleg met u zelf en Vif Piscoul. Zij zegt in opdracht en gedragen door Jezus Christus  Zelf in Zijn Heilige Geest ervan dat de zonde de uitdrukking is die in de religies gegeven wordt aan elke misstap, misdrijf of misdaad, zoals ze maatschappelijk genoemd worden. De juiste benaming echter doet er niet toe tenzij dan om aan te duiden dat er afgeweken is geworden van de gangbare en geformuleerde moraal, hoe dan ook. Het is echter aan de moralisten geboden en aan het volk al evenzeer om in hun geweten na te gaan of inderdaad dat wat als zonde, misdaad of misdrijf benoemd wordt ook daadwerkelijk en inderdaad zo is en zo aangevoeld is. De discussie daarover is nooit af of afgesloten en tijd en omstandigheden bepalen steeds verder de verfijning van deze bepalingen. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat misdaad, misdrijf of misstap in de maatschappelijke context niet automatisch als zonde of zondig mag betiteld worden en vice versa en dat de benamingen hun oorsprong dienen te behouden, zoals ze in religie en maatschappij bepaald zijn geworden. (&) En Het Zij Zo!
We gaan verder. Het Zij Zo zegt en Geborah spreekt. Zij zegt in overleg met u zelf en Vif Piscoul, in opdracht en gedragen door Jezus Christus Zelf in Zijn Heilige Geest ervan dat de zonde, zo niet elke reële misdaad, als onmiddellijk gevolg heeft dat ze om vergeving begint te vragen en om verzoening met de Vader in de Hemel en met de medemens tegenover wie men gefaald heeft. Immers, zonde of misdaad realiseert afscheiding en verwijdering met God en medemens. Dit leidt tot een vorm van geestelijke en mentale aliënatie en verblinding. Dit belangrijke verschil in perceptie van de realiteit na de daad van zonde of na de misdaad begaan te hebben leidt tot een andere gemoedstoestand (schuld of berouw, zo niet spijt en schaamte) en tot rationalisatie (goed praten, vergoelijken van de gepleegde misdaad of zonde) tot het proces van verzoening en vergeving heeft kunnen plaats hebben. De positie van de dader is één, die van het slachtoffer is een andere, maar wordt inherent gekoppeld aan die van de dader. Geen van beiden is voortaan nog vrij van elkaar kunnen we stellen en dit is de grondwet van elke relationele verhouding zoals die gebeurt in de realm van het kwade zowel als in de gebieden waar het goede of reële plaats heeft en groeit en leeft. (&) En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat alle menselijke daden hun gevolgen krijgen doordat ze zowel de dader als degene aan wie de daad gesteld werd mede samen betrekken in de act en dat ze beide daarmee onlosmakelijk verbonden zijn geworden in de act en dit totdat de Verzoening en Verlossing van uw en onze Heer Jezus Christus hierin verandering brengt in de zin van vrijmaking van elkaar en van de gestelde daad/daden. (&) En Het Zij Zo!

Zondeval 1. (18)



S.L. Wat al bochten moet het menselijk verstand niet maken om de zondeval een ‘redelijke ‘ plaats te geven in zijn opvattingen. Van het stoute kind dat appels plukt terwijl het niet mag van vader, tot de meest gesofistikeerde uitleg over een wereldramp die de mensheid vroeger over zichzelf gebracht zou hebben en die in het collectief geheugen als archetype aanwezig blijft van het verlies van het Paradijs (der Lusten, correcte vertaling van het woord Hof van Eden uit het Hebreeuws). Om nog te zwijgen van het door misbruik of verkeerd gebruik verbranden van de kundalini. De kabbala weet er alles over. En die nu als een slang opgeborgen liggen in de energetische kanalen in de ruggengraat en in de onderste chakra’s. Is er wel een zondeval geweest en betrof dat de eerste mensen, Adam en Eva namelijk, of is dit een mythe? Hoe belangrijk mythes ook zijn, in het historische geheugen van de mens zijn ze toch niet veel meer dan stichtende verhalen. En dus geen verwijzing naar een historische gebeurtenis. (*)
We kunnen stellen dat ons collectief geheugen niet in staat is om zich een gebeurtenis zoals een zondeval of een wereldcatastrofe historisch te herinneren. En of onze menselijke beschaving de mythe nodig had van een zondeval of wereldramp om het aanwezige schuldgevoel, het gevoel van ongerieflijkheid en/of de onafwendbare realiteit van de aardse dood een plaats te geven in zijn collectief bewustzijn is ook maar de vraag. Feit is dat andere scheppingsverhalen dan het Joodse niet altijd weet schijnen te hebben van een zondeval of van een verlosser.
We zijn dus aangewezen voor de uitleg en de waarheid op de Openbaring, zoals ze in de Bijbel van oude en nieuwe testament aanwezig is gesteld. En dus niet op filosofische, historische of positief - wetenschappelijke bronnen of argumenten. Zelfs de esoterische scholen zijn niet per se in staat om ons hierover een juiste verklaring te verschaffen omdat ze voor hun verklaring beroep moeten doen op historische overlevering binnen hun scholen, maar vooral op mediale kennisoverdracht (een eigen vorm van groepsopenbaring dus) en die is, zoals we zullen zien, evenzeer als elke andere openbaring, gebonden aan wie ze openbaart. M.a.w. openbaring steunt, hoe dan ook, op geloof en vertrouwen in iemand als basis van geloofwaardigheid van iets.
Kortom, alleen via Geloof en Vertrouwen in Jezus Christus en Zijn Openbaring en door Hem, in de bronnen van het oude testament naar waar Hij verwijst, weten we iets over de zondeval. Het Geloof zal dan, van uit onze innerlijke werkelijkheid zoals we die waarnemen in de ruimte waarbinnen ook het geweten gesitueerd kan worden, ons een
innerlijk weten verschaffen, een eerste vorm van verlichting zo men wil, die de uitwendige bronnen van de Openbaring tegemoet zal treden en zal beamen. Uitwendige bronnen van Openbaring in Bijbel en traditie ontmoeten de innerlijke bronnen van het Geloof, gevoed door God en in die Ontmoeting ontstaat een vorm van weten en aanvaarden. Het klinkt wellicht ingewikkeld maar is zo eenvoudig als elke ontmoeting eenvoudig is.

Het beste is dus alle verwijzingen naar appels en kundalini, mythes en rampen sterk te relativeren om des te meer te focussen op innerlijke wetenschap die uitwendige verwijzingen in de boeken ontmoet en beaamt. Meer hoeft het niet te zijn en Jezus Christus is onze Getuige... S.L.

En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de zondeval en de Verlossing door Jezus Christus twee delen van één en het zelfde verhaal zijn dat Gods Werk op aarde illustreert. Bijgevolg kan men, door de Verlossing te aanvaarden en te geloven, ook geloven in een of andere catastrofale ontwikkeling die de Verlossing nodig en zelfs noodzakelijk gemaakt heeft voor de mensheid als geheel en iedere mens afzonderlijk. (&) En Het Zij Zo!

(*) Het zou de moeite waard zijn om het Boek Genesis  te ‘hertalen’ in wat misschien zijn eerst opgetekende vorm kan geweest zijn, namelijk  een hiëroglyfentekst… En dan na te gaan hoe we Genesis dan lezen en verstaan. We kunnen ons laten helpen hierbij  door de gekende Egyptische voorbeelden. 
                         

Zondeval 2. (281)


08.2008. Het Zij Zo zegt en u zelf schrijft op. U zegt en Paracelsus spreekt, in overleg met u zelf en Vif Piscoul. Hij zegt, in opdracht en gedragen door Jezus Christus Zelf in Zijn Heilige Geest ervan, dat de zondeval niet moet gedacht worden te zijn gebeurd als een appel die in het verkeerde keelgat geschoten is, maar als een tragische en zeer catastrofale misleiding van de ganse eerste mensheid door hem die aangesteld was om haar voor te lichten, energetisch te steunen, op te voeden en tot de Vader te begeleiden waar nodig. Lucifer namelijk, is de aartsengel die in zichzelf besloten had de mensheid niet meer te dienen en integendeel haar aan zich dienstbaar te maken. Dit is een proces dat zich op het niveau van de geest en de zielsvermogens afgespeeld heeft en niet, zoals figuurlijk en mythisch wordt voorgesteld, in een soort van aards paradijs. Over de implicaties en de gevolgen van de oorspronkelijke misleiding en de daarop volgende, komen we later terug in de bespreking van de sekten en religieuze groeperingen die handig inspelen op deze gegevens en in feite niets minder dan een tweede mondiale misleiding en de daarbij horende catastrofe op gang brengen. Wat niet zal gebeuren! En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de oorspronkelijke zondeval zich op het niveau van de eeuwige mens, zijn geest en zielsvermogens heeft afgespeeld en dat de gedwongen migratie naar de aarde die er op volgde de mens voor een voldongen feit geplaatst heeft en zijn diepe woede en frustratie heeft veroorzaakt die zich verder, volgens de wet van oorzaak en gevolg en van herhaling verspreid heeft over de gehele aarde. (&) En Het Zij Zo!

Zoon van God (14)


S.L. Het was in den beginne zo en het is zo gebleven: de Zoon Gods is Hij die uit de Vader voortgekomen is als uit Zichzelf. D.w.z. dat de Zoon Gods de Vader eert als zijn Oorsprong maar zelf ook die Oorsprong is als Zoon. Eén in wezen met de Vader en de Geest en onderscheiden in persoon. Zo luidt het nog steeds in het Credo of Symbolum of de Geloofsbelijdenis van de christelijke Kerken op aarde. De Zoon Gods op aarde is de mens geworden incarnatie van de Zoon Gods in het Woord Gods, krachtens de Heilige Geest in Maria, zijn moeder op aarde. Veelal zegt men: de zoon lijkt op zijn vader maar hier is de gelijkenis er geen van identiteit maar van Wezen en het onderscheid is er een van activiteit of Werk.
NB. Op deze juiste wijze omschreven is het duidelijk dat de Zoon Gods geen avatar is in de hindoeïstische betekenis van het woord. Het is voorbijgaan aan alle authentieke versies en verklaringen van het Zoonschap Gods als men Jezus die door ons de Christus genoemd wordt, herleidt tot een van de vele avatars of verschijningsvormen van 'de godheid' wat die dan ook verder moge wezen. Sommige esoterische scholen eigenen zich op deze wijze een uitspraak toe over God die neerkomt op misbruik in de woorden en betekenissen. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de begrijpelijke misvattingen over het Wezen van God er niet mogen toe leiden om de begripsbepalingen zonder meer van de hand te doen als misleidend om het even. Toch zegt Jezus Christus zelf over Zichzelf dat Hij "de Weg, de Waarheid en Het Leven" is en dat "wie Hem kent de Vader kent". Dit is op eenvoudige wijze zeggen dat Hij de incarnatie is van de kennis die wij over de Godheid kunnen herkennen en omvatten. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan.(&) En Het Zij Zo!


V Trefwoorden V


V  - Trefwoorden - V


Verstoring en opheffing ervan van de natuurlijke ontwikkeling van het gevoelsleven (59)

23.9.2009. Het Zij Zo zegt en u zelf schrijft op. U zegt, in overleg met Geborah en Vif Piscoul en in opdracht en gedragen door Jezus Christus Zelf in Zijn Heilige Geest ervan dat de natuurlijke ontwikkeling van het gevoelsleven van uit zijn emotionele basis en ook de verdere ontwikkeling ervan tot gerijpte ethische beslissingsmacht verstoord wordt bij de mens door zowel genetische als opvoedkundige interacties. De opheffing van deze stoornissen maakt het onderwerp uit van de gespecialiseerde opvoedkunde en psychotherapie. Tot op heden blijven de inspanningen van de mensheid hiertoe beperkt, omdat zij de mogelijkheden die hen geboden worden van uit de astrale wereld en evenmin de Verlossende Genade van Jezus Christus Zelf in hen aanwezig, nog niet ten volle ontdekt of gerealiseerd hebben in hun bewuste pogingen ertoe. Immers, het is niet mogelijk om dit werk van lange adem in de cultuur en opvoeding van de mensheid te volbrengen zonder hulp van buitenaf. Dit is het gevolg van de aard zelf van de stoornissen die zo intrinsiek verweven zijn met de percepties en concepten van de mens over zichzelf dat hij of zij niet of nauwelijks de omvang, de diepte of de hoogte van deze problematiek aankan of kan omvatten. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de omvang, hoogte en diepte van de emotionele, gevoelsmatige en ethisch handelende mens niet door de mens als zodanig kunnen omvat worden en om hulp en bijstand vragen ter vervolledigen ervan en dat deze hulp gelegen is in de Genadige Verlossing die in Jezus Christus Zelf aan hen aangeboden wordt, mede door de interactie met de astrale bronnen van hulp en bijstand die hen ter beschikking gesteld worden. (&) En Het Zij Zo!

Verlichting (46)

Het Zij Zo zegt en het is David zelf die spreekt. Hij zegt: de verlichting spreekt aan omdat ze licht aanbiedt daar waar voorheen duisternis was. Licht staat voor begrijpen, inzien, omvatten, weten maar ook voor vervulling van de energieën, geluksbeleving, het einddoel bereikt hebben, de gave van Inwoning van de Drie-eenheid in zijn hart ontvangen hebben. Het betekent ook verlost zijn van de gevangenschap of ballingschap waarin de ziel zich bevond. Kortom het is de zaligheid zelf, zo niet de heiligheid in Gods Aanwezigheid. Als men deze epitheta vergelijkt en op hun emotioneel belang toetst dan springt in het oog dat de geheime wens en verlangen van elke mens gevat ligt in dit woord van Verlichting. Het is echter duidelijk dat elke levensschool of leerschool elk voor zich dit begrip invult op eigen wijze, krachtens wat in die school aan leerlingen en meesters geopenbaard werd als verlichting. Bijgevolg kan men niet zo maar eenduidig het woord verlichting verwisselen voor een andere betekenis zoals bvb vervat in heiligheid, eeuwige rust, nirwana etc. Men kan dus, afgaande op deze diversiteit van betekenissen ook gewagen van soorten van of deeleigenschappen van verlichting. Ten slotte verwijzen ze allemaal naar een toestand van niet - zijn zoals zijn begrepen wordt door de zijnden. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat verlichting geen definitieve toestand is maar een verandering van bestemming. De verlichte mens richt zich in wezen naar het licht en vraagt in dit licht te leven en te leven met hen die deel hebben in dit licht. Verlichting is een stadium van ontwikkeling dus en geen doel op zich. (&) En Het Zij Zo!


Verlosser (12)


S.L. Het Woord Gods is tevens de Verlosser geworden. Nadat de mens door de zondeval van Gods Aanwezigheid vervreemd was, beloofde de Vader meteen een Verlosser te zenden. De gehele heilsgeschiedenis, zoals ze in het oud testament der Joden verhaald wordt, is verder één uitzien naar én verwachten van de Verlosser. En de Verlosser kwam en werd evenmin als zijn voorloper of de profeten die het vuur wakker gehouden hadden, geloofd of zelfs maar herkend. Van vervreemding gesproken! En ook nadien, nadat "alles volbracht was" leek het er niet op dat de mens verlost was. Evenmin als dat de christenen er erg verlost uitzien.

Wat is er toch mis met dit hardnekkig en weerbarstig Volk (van God)? Is de mens zo weerspannig of dom, is de satan misschien toch niet overwonnen? Regeert Lucifer rustig verder en houdt hij de mensen in zijn onderdrukking en slavernij gevangen? Kan God de mens wel verlossen? Of is alles één grote mythe, om niet te zeggen één historische farce?

Blijkbaar was de zondeval zo ernstig en de Verlossing zo moeilijk dat niemand minder dan de Zoon Gods, de Erfgenaam dus van de Troon, gezonden werd om ze te voltrekken. En blijkbaar is ons menselijk verstand, nu en toen in de tijd van de Joodse verwerping van Jezus als de Messias of Gezondene, te klein om de goddelijke bedoelingen en werkingen te omvatten. Met ons menselijk verstand kunnen we enkel een profeet, misschien een meester en leraar, of een rebel herkennen in de historische figuur van Jezus. Laten we beginnen met dat te erkennen.

We kunnen ons ook afvragen of de Verlosser als Gods Zoon niet geweten heeft dat Hij zo zou ontvangen worden en dat het niets afdeed aan wat Hij te doen had op aarde. Laten we zeggen dat de Verlossing, als Wetenschap en Werk iets was en blijft tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Ons petje is te klein om dit te vatten. Laten we dus geloven wat Hij er over gezegd heeft en zien naar de Vruchten van de verlossing, in de eerste plaats in onszelf. S.L.

En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat het Mysterie van de Verlossing, net zoals het Mysterie van de Naam Gods, beide de ware aard van Gods Werkzaamheid bevatten, maar dat het inderdaad voor de concrete mens na de zondeval en de gevolgen ervan in de ziel en de geest moeilijk tot soms onmogelijk is om dit te kunnen bevatten, laat staan aantonen aan anderen of bewijzen in enig geldig filosofisch of zelfs dogmatisch argument. Slechts de weg van de Genade en de Verzoening met de Schepper verlost het schepsel uit zijn volslagen onwetendheid en leidt het zachtjesaan naar de kennis van de Vader in de Zoon die Jezus Christus is op aarde. (&) En Het Zij Zo!


Verrijzenis (20)

S.L. “En de derde dag is hij verrezen uit de doden” Zo wordt het algemeen aangenomen als waarheid door wie zich christen noemen. En het is Paulus die zegt: - we parafraseren even - “als Christus niet verrezen zou zijn dan heeft al wat ik hier aan jullie tracht over te brengen geen enkele grond of zin”. De verrijzenis is dus het cruciale moment in het geloven waar onder en boven, hemel en aarde, God en de Mens Jezus mekaars intenties kruisen en rechtvaardigen En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de verrijzenis niet moet begrepen worden als een zelfde toestand van lichamelijkheid als van voor de kruisdood, maar als een vorm van ‘verheerlijking in het vlees’, d.w.z. dat de materie een andere vorm van energie of trilling heeft aangenomen en dus door andere dan de door ons gekende en door ons gewaardeerde wetten van de materie beheerst wordt. Zo bvb zien we ook dat de wijze van optreden van Jezus na zijn verrijzenis grondig verschilt, ook in zijn vormen van aanwezigheid en van verschijnen, van die van voor Zijn aardse dood. Hij wandelt bvb door de muren heen. En Het Zij zo erkent de wettigheid ervan. En Het Zij Zo!

Twee kenmerken springen in het oog bij de verrezen Christus: 1. Hij is menselijk waarneembaar op een welbepaalde wijze die verschilt van de gewone aanwezigheid op aarde en 2. Hij is herkenbaar als dezelfde mens die Hij was in de gewone aardse vorm. Dus hoe verschillend ook de materie van waaruit Hij gemaakt is, deze materie is ook in de gewone zin van het woord nog materie en als materie te herkennen, te zien, te horen dus en zelfs te voelen. Zie ‘de ongelovige’ Thomas die zijn hand mag leggen in de wonde in de zijde van Jezus. Dit is belangrijk om weten, als men wenst te spreken over de wijze waarop de mens mogelijks kan bestaan in een later bestaan op aarde of elders, op een of andere hem toegewezen planeet. Het is namelijk zo dat Jezus Christus, in de Hem toegewezen bestaansvorm, een eerste voorbeeld is voor de mensheid op aarde, van de vorm waarheen ook zij zullen evolueren. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de bestaansvorm op aarde ooit zal wijzigen in een bestaansvorm die dezelfde kenmerken heeft als degene die Christus Jezus ons toont na zijn ‘opstaan uit de doden’. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat deze voorspelling echter niet kan gerekend worden als behorend tot het christelijk patrimonium zelf, maar eerder tot wat via paranormale weg en in de Geest Gods omschreven wordt als ‘de Profetieën der laatste Dagen’. En Het Zij Zo erkent de wettigheid er van. (&) En Het Zij Zo!


Vervreemding (17)

S.L. Vervreemding of aliënatie heeft hier steeds de betekenis van vervreemding van zichzelf. D.w.z. dat er afstand, scheiding, onderscheid, gegroeid is tussen het Zelf zelf en zijn uitdrukkingsvormen op aarde, zijnde de lichamen op aarde. Vervreemding is een eigenschap van de ziel zelfs, die teruggaat op de oorspronkelijke zondeval en waaruit dan, als in een organisch proces van verval, het karmische gebeuren van zonde en van misdaad ontstaan zijn en zich woekerend verspreid hebben in de mensengemeenschap als geheel (= erf - zonde) en in elke mens als individu (= persoonlijke zonde). Zo diep is de vervreemding ingevreten in de menselijke bestaanswijze dat ze tot in de genetisch bepaalde erfelijke eigenschappen en in de fysieke dood op aarde ingeworteld is geworden. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat vervreemding in de ziel opgeheven werd door de Verlossing in Jezus Christus en dus slechts in haar karmische gevolgen of werkingen in de lichamen van geest en andere bestaansvormen, verder doorwoekert. Ook deze werkingen ervan zullen, door de Genade Gods, opgeheven worden voor al wie er om vraagt en die de Weg volgt die de Vader in Jezus Christus aangeduid heeft. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan.
(&) En Het Zij Zo!

Vreemd worden aan iemand of iets leidt niet tot kennis door objectivering van de andere of het andere, maar tot verlies van vermogen om te kennen. Vervreemding van iets of iemand betekent dus iets anders dan ‘afstand nemen van’om anders, beter, meer ‘objectiverend’ te kijken. Dit laatste leidt echter alleen tot een vorm van exoterische of uitwendige kennis, die lineair is, deductief of reducerend. We komen hier elders op terug. Zie kennisleer.

Vervreemding is een toestand van niet - weten, gekoppeld aan een toestand van heimwee naar (vroeger weten) en zoeken naar (de verloren) gemeenschap met de andere. De mens heeft heimwee naar het verloren paradijs en dit zet hem op zijn beurt in beweging, doet hem op zoek gaan naar een nieuwe toestand van paradijselijke verbondenheid, maar zonder nog te weten wie of wat hij of zij mist of ontbeert! Hij is blind geworden en doof bijna voor Wie hij zoekt. Alleen in zijn geweten licht nog een vlammetje op en spreekt nog een stemmetje. Als hij nog behoort tot de gelukkigen die kunnen horen of zien. Zie karma.

Het is namelijk zo dat de mens tot in de ziel toe, in het lichaam van de ziel namelijk, (zie verder: de lichamen van de mens) geraakt is door de gevolgen van de verleiding of door de zondeval dus. Tot in de ziel toe is de mens verblind, ziek en verdoofd geworden én wantrouwig tegenover nieuwe pogingen om hem te benaderen. Wat nog iets anders is dan de eenvoudige wet van Karma die enkel spreekt van de gevolgen van onze daden op aarde. “Ik zal vijandschap stellen tussen u en de vrouw” verwijst daarheen (*). Geen wonder dus dat de mens niet uit eigen kracht in staat is om zichzelf daarvan te redden en te genezen...

(*) Die woorden uit Genesis worden gewoonlijk in verband gebracht met Maria als degene met wie de satan dan vijandschap krijgt. Het is echter ook merkwaardig dat de ziel in haar vrouwelijke kant kan beschouwd worden als degene die ontvangt, zowel van God uit (het Leven en de Liefde) als van de geest en lichamen uit (de ervaringen op aarde). Zo gezien is zij dan de ‘vrouw in de mens’, die leven geeft aan de eeuwige mens in haar. En zo beschouwd is er “wantrouwen en vijandschap gesteld” tussen de ziel van de mens (als ontvankelijke gegevenheid) en de Satan. S.L.

En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de ontvankelijkheid van de menselijke ziel wantrouwig, zo niet regelrecht vijandig is gaan staan tegenover elke mogelijke verleiding en verleider en dat ze als zodanig een vorm van verweer heeft opgebouwd dat, mede met het heimwee dat ze kent, er langzaamaan voor zorgt dat ze zich terug wendt naar de Vader en het Vaderhuis, waar ze zichzelf tegenkomt in haar ware gedaante of bestemming. (&) En Het Zij Zo!


Vif Piscoul (273)

08.2009. S.L. Met Vif Piscoul als informatiebron en wezen uit de geesteswereld (en astrale wereld) heb ik kennis gemaakt in de vroege jaren ’80, toen ik als psychiater, maar onervaren parapsycholoog kennis maakte met de wereld van mediums en paranormale informatievergaring. Het was bij M.K., een bekend medium, dat ik hem leerde kennen. Hij is mij een trouwe vriend geworden en gebleven, ook en vooral nadat ik na een paar jaar mijn eigen, individuele ‘scholingsweg’ ben gegaan. Hij is me zeer nabij en mijn eerst aanwezige en belangrijke beschermer “tegen alles en nog wat”, zoals hij het lapidair zou zeggen. Als ik hem niet had! Als ik hem niet gekend had!... Hij begeleidt, vormt en beschermt ook nog vele andere mensen uit mijn vriendenkring en ook onbekenden. S.L.

Voorwaardelijke wijze van spreken (356)

2008.10.02. Het Zij Zo zegt en u zelf schrijft op. U zegt en Paracelsus spreekt in overleg met u zelf en Vif Piscoul. Hij zegt in opdracht en gedragen door Jezus Christus Zelf in Zijn Heilige Geest ervan dat de gesproken woorden tijdens een sessie van informatie allemaal voorwaardelijk gegeven zijn en dat hiermee bedoeld wordt te zeggen dat ze binnen de gestelde voorwaarden van het contract tussen de geesteswereld en de betrokken mens uitgesproken mogen en kunnen worden en meer niet. Dit contract tussen de entiteiten van uit de hiërarchieën van de geesteswereld en de betrokken mens op aarde wordt afgesloten tijdens de scholingsweg en is gebaseerd op de wetten die het geestesleven en de communicatie ervan en erover beheersen. Tegelijk houden de gegeven voorwaarden rekening met de ontwikkelingstoestand van de mens op aarde, zijn geestelijke rijpheid, zijn scholing, zijn emotionele toestand enz. Deze voorwaarden kunnen gewijzigd worden door de betrokkenen, mits onderling overleg en akkoord, en dit gebeurt dan naar aanleiding van een uitnodiging hiertoe door de hiërarchieën of zelfs van en door de betreffende mens. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de voorwaardelijke wijze van communicatie niets anders is dan de voorwaarden waaronder de over en weer gaande relatie en communicatie ervan zal verlopen en dat dit gegeven wordt in een contract van samenwerking tussen de hiërarchieën en de betreffende mens. (&) En Het Zij Zo!

Voorwaarden bij de mens/het medium tot aanhoren en schouwen van informatie (53)

01.10.2009. Het Zij Zo zegt en Geborah spreekt, in overleg met u zelf Sam en Vif Piscoul. Hij zegt in opdracht en gedragen door Jezus Christus Zelf in Zijn Heilige Geest ervan dat de voorwaarden tot het aanhoren en aanschouwen van de informatie, in de geest ervan gegeven aan het medium, er alle op gericht zijn om zowel de waarheid (van de gegeven informatie) als de oprechtheid (van de toehoorders evenals van het medium die de informatie overbrengt door schouwing en toehoren ervan) te dienen en dat ze dus alle niet minder of niet meer ter bescherming ervan gegeven zijn. Het betreft vooral voorwaarden die de integriteit moeten garanderen, zoals bvb. dat de geest niet onterecht of op ongesolliciteerde  wijze door de persoon in kwestie aangesproken wordt, dat de informatie als dusdanig niet vervormd, niet onvolledig, niet misleidend, dat ze nog onrijp of onklaar voor de begripsvorming van het medium en zijn toehoorders zou zijn, dat de informatie onschadelijk zou zijn voor het begripsvermogen van zowel de toehoorder(s)/aanhorende/hulpvragende, als van het medium zelf, enz. .

Naast de functie van de controlegeest (zie: nr. 52 ) is er dus de werking van de geest zelf naar het bewustzijn toe van de betrokken mensen. Hij zorgt er voor dat de informatie kan aanvaard worden en opgenomen zonder schade te berokkenen. Het is in het bijzonder ook de taak en opdracht van de toeziende Hiërarchieën dat de informatie die het medium doorgeeft beantwoordt aan deze criteria. Hiertoe is de geest van het medium opgeleid geworden en wordt nadien ook de astrale toeziende kracht aangewend van de astrale krijgers en strijders om elke onterechte aanspraak te voorkomen en af te wenden, zo nodig. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat alle voorwaarden bij het aanhoren en aanschouwen van informatie van uit de geesteswereld er op gericht zijn zowel het medium dat deze informatie verstrekt aan de toehorende omstanders, als de omstanders zelf te behoeden en te bewaren voor elke onterechte aanspraak van hun vermogens en / of integriteit. (&) En Het Zij Zo!
Zie ook: Het Zij Zo! (14).

Vreemd lichaam (286)



08.2008. S.L. Naar analogie van de aanwezigheid van een ‘vreemd lichaam’ (corpus alienum) in het fysieke lichaam en de reactie er op, spreekt men hier van een ‘psychisch vreemd lichaam’ en de analoge reactie van de geest en de persoonlijkheid er op, in zijn gevoelens, emoties, gedachten enz. De analogieën zijn treffende en vergelijkbaar met de aanwezigheid van een vreemd lichaam in een element van de materie – vgl. de inslag van een meteoriet op aarde. Bij de inslag van de meteoriet zijn de gevolgen direct en onmiddellijk traceerbaar. Een virus echter, door zijn deceptie en camouflage, slaagt er in ongemerkt binnen te dringen en zijn verwoestende bezigheden te verspreiden lange tijd voor de detectie ervan. Zo ook een kwaadwillige intrusie. En Het Zij Zo erkent de wettigheid ervan niet zonder er aan toe te voegen dat de vergelijking met een meteoriet of virus slechts analoog is en niet alle eigenschappen van de psychische intrusie adequaat beschrijft. Waarover later meer in het betreffende artikel. (&) En Het Zij Zo!